
| Het planten in zeven stappen
Heeft u eenmaal uw keus voor een haagplant gemaakt, dan kunt u de juiste aantallen in de gewenste (hoogte)maat bestellen. De plantafstand varieert tussen de 30 en 50 cm en hangt samen met de te leveren maat en soort. Zwaar plantgoed kan ruimer worden gezet dan licht. Het planten vraagt om een goede voorbereiding en gaat stapsgewijs als volgt. 1. Graaf een zodanig diepe en brede sleuf dat een ingegaasde wortelkluit (coniferen) er ruim in past (anderhalf maal de breedte en de hoogte van de kluit). 2. Spit de bodem van de sleuf, zodat de wortels losse grond vinden om vlot verder te groeien ('aanslaan'). 3. Meng de tuingrond in de sleuf eventueel met compost, dat bevat wat voedsel en veel humus, dat vocht vasthoudt. 4. Leg de planten eerst uit (zo kort mogelijk laten liggen, anders drogen de wortels uit) en zet ze zo snel mogelijk in de sleuf. Kijk daarbij goed naar hun vorm. Er is altijd een 'voorkant' en een 'achterkant'. Bedek de wortelkluit met grond (minimaal een handbreedte op de kluit) en trap voorzichtig aan. 5. Onder droge omstandigheden is het raadzaam de sleuf half te vullen en vol te laten lopen met water. Rustig laten wegzakken en daarna verder met grond aanvullen. 6. Een rechte haag moet ook kaarsrecht worden geplant. Span eventueel een touw als hulpmiddel. Bij 'leylandi's worden wel tonkinstokjes gezet om ze recht naar boven te laten groeien. 7. Snoeien blijft beperkt tot de zijkant van pas geplante hagen. Alleen ligusterhagen worden direct gesnoeid, om zo een dichte vertakking te krijgen. Bij Taxus en beuk (Fagus) laat u de toppen doorgroeien tot de gewenste hoogte is bereikt. bronvermelding: PPH |